Conditie VHF-UHF

304/305/306/307 Conditie VHF-UHF De band is open, stations op grote afstand zijn te werken. Maar het maximale resultaat bij condities kan men pas halen, als de kennis er is, om welk soort condities het gaat. Dan is het pas mogelijk om te beoordelen welke afstanden er zijn te overbruggen en wat je daarbij moet doen. Iedere conditiesoort heeft zijn eigenaardigheden, die zich onderscheiden van de andere, of het nu om tropo, aurora, sporadic E, FAI (veldlijn- georinteerde onregelmatigheden), ionosfeerscatter of transequatoriale propagatie (TEP) gaat. In principe bestaan er een heleboel mogelijkheden voor condities, waarbij de eigenschappen vaak dicht bij elkaar liggen, zoals het geval is met meteoor- en backscatter, aurora en auroral-E of FAI. Ondanks dat kunnen een aantal zendamateurs heel snel en met een grote mate van zekerheid,op grond van de karakteristieke eigenschappen van signalen en de bijkomende eigenschappen van de openingen, een conditie benoemen. En daarmee is de truc eigenlijk al openbaar gemaakt: Men moet meer doen, dan alleen letten op signaal-eigenschappen, maar ook op de (weers) omstandigheden. In de meeste gevallen komt men dan tot een juiste inschatting van de situatie. Iedere propagatie-soort heeft zijn eigen,karakteristieke plaatje. In onderstaande tabel vindt U een checklist, waarmee U kunt bepalen om welke soort condities het gaat. Daarnaast is het ook mogelijk met deze tabel te onderzoeken, welke andere conditiesoort (en) gelijktijdig er is cq. zijn. Conditie-modi in het VHF-UHF gebied, waarbij de antenne(s) direct op het tegenstation uitgericht staat/staan gericht: Criteria Gegevens ter bepaling van conditiesoorten. Met deze gegevens is het mogelijk om tamelijk nauwkeurig vast te stellen, om wat voor soort condities het op een bepaald moment gaat: Frequentie: Gebruikte frequentie, maar ook aangrenzende banden. Signaal: Veldsterkte, Fading, Signaalkwaliteit. Geometrische omstandigheden: Lengte en ligging van het conditiepad, geografische gegevens van het pad. Tijd: Duur van de opening, dagdeel, seizoen, relatieve tijd t.o.v. een zonnevlekkencyclus. Weerssituatie: De weersomstandigheden in het gebied met condities. Zonneactiviteit: De geldende zonneactiviteit en de toestand van het aardmagnetisch veld. De apparatuur: Antennewinst en -polarisatie, Antennerichting, het zendvermogen, de ontvangstgevoeligheid vande TRX, de modulatiesoort. Wel is het zo, dat er altijd situaties kunnen optreden, waarbij noch het hier gegeven schema, noch de persoonlijke ervaring van de operator een bepaalde soort conditie laat vaststellen. Zo kunnen bijv. twee verschillende conditiesoorten gelijktijdig aanwezig zijn, of is er met geen mogelijkheid uit wijs te worden, om wat voor soort DX het gaat. Daarom komen de criteria ter beoordeling van het soort "openingen'' hieronder aan bod. Frequentie Om te bepalen, om wat voor soort condities het gaat, begint men met het criterium ,,frequentie''. De meeste condities zijn frequentie - gebonden. Sporadic E bv. gaat tot maximaal ongeveer 230 MHz. De in de vorige editie afgedrukte tabel geeft de meest waarschijnlijke band voor een bepaalde soort condities. In die gevallen, waarbij afstanden genoteerd worden, die buiten de verwachte soort condities vallen, moeten andere criteria ( zoals meerdere soorten condities gelijktijdig, hoe zit het op de aangrenzende banden) in de beoordeling betrokken worden. Maar ook dan blijft het mogelijk, dat er geen duidelijk beeld ontstaat. Bij Sporadic-E verbindingen over extreem grote afstand, d.w.z. meer dan 4000 km, is tot nu toe nog niet bekend, hoe dit gebeurt. Er bestaan echter wel enkele theorie‰n over. Hier volgt een voorbeeld ter bepaling van de soort condities: Op 144 MHz kan men stations op een afstand van meer dan 1500 km werken en dat met S-9 signalen. Gedurende de zomermaanden vermoed je dan dat het Sporadic E is. Omdat Es op lagere frequenties eerder en sterker optreedt, zou er op 50 MHz ook Es-activiteit merkbaar moeten zijn. Stel, dat dit niet het geval is. Maar op 70-cm blijkt e.e.a. wel aan de orde. Daaruit kan geconcludeerd worden, dat het dus om tropo gaat en gezien de S-9 signalen is er waarschijnlijk een ,,duct''. Maar: Als er nu - in het gebied van de ,,skip''- eens geen 6-meter - stations aanwezig zijn (of niet mogen zenden) en er dus op die band niets is te horen, kan de getrokken conclusie wel eens fout zijn. DX-clusters bieden hierbij waardevolle hulp. Als er nergens op een DX-cluster een melding binnenkomt over 50 MHz aan het begin van de ,,duct'' of aan het andere eind, dan mag men er zeker van zijn, dat het hier niet om Sporadic E gaat. Signaalsterkte / fading De signaalsterkte alleen geeft geen uitsluitsel over de soort opening. In het hierboven beschreven voorbeeld was - op grond van de signaalsterkte - zowel Es als Tropo mogelijk. Hoe het signaal zich gedraagt tijdens de opening en bijv. de fading kunnen ons dan verder op weg helpen. Bij Es zijn de signalen vaak aan grote sterkteveranderingen onderhevig. Binnen enkele minuten kan een verandering optreden tussen ,,niet te nemen'' en S-9. Bij tropo zijn de signalen gedurende langere tijd stabiel. Bij Radio aurora klinken ze sterk vervormd: CW-signalen lijken gesis, SSB komt over als gefluister. Ook de scatter-modes hebben vaak dezelfde soort verschijnselen. Geometrische Omstandigheden Elke soort condities is aan een bepaalde afstand gebonden. Verder weg, of dichterbij, ook aan de DX-afstand is een grens, zoals in de eerder vermelde tabel blijkt. De plaats van uitzending (geografische omstandigheden) en de richting waarin het conditiepad loopt, hebben daarbij invloed. De FAI-condities op het noordelijk halfrond zijn steeds in noordelijke richting. Ook treden bepaalde conditievormen slechts in bepaalde delen van onze aarde op: Aurora-E zo ongeveer in de auroragebieden boven de 50e breedtegraad. Bij bijv. TEP moeten beide stations zich ongeveer even ver ten zuiden en ten noorden van de magnetische equator bevinden en moet ook de ligging van die stations loodrecht t.o.v. die lijn zijn. Tijd Zowel het seizoen als de tijdstip op de dag zijn van invloed op de waarschijnlijkheid van bepaalde condities. Ionoscatter, D/E-laag- voorwaarts- scatter komt meestal rond het middaguur voor, als de D-laag het hoogste ionisatieniveau bereikt. Gedurende een zonnevlekkenmaximum kunnen we hier beter gebruik van maken dan tijdens een minimum. Gedurende de nachtelijke uren komt Ionoscatter vrijwel niet voor. Bij Aurora-E daarentegen gebeurt de activiteit juist wel gedurende de nachtelijke uren. Ook andere conditiesoorten hebben zo hun kenmerkende eigenschappen: Es komt gedurende de 365 dagen van een jaar bijna alleen in de periode tussen mei en augustus voor en dan voornamelijk in de namiddag en avond. Dat is ook zo voor FAI. Radioaurora komen we tegen in de herfst en gedurende het voorjaar, waarbij een sterk verband bestaat met de 11-jarige zonnevlekken - cyclus. Dit geld eveneens voor de transequatoriale verbindingen. Zo heeft iedere soort propagatie zijn eigen ,,plaatje'', maar blijven er uitzonderingen mogelijk, zoals krachtige radio-aurora's 's zomers en Es in januari... Weerssituatie Het weer op onze wereldbol is een goede graadmeter, als het erom gaat een voorspelling te doen t.a.v. het optreden van condities. Datzelfde weer heeft echter geen enkele invloed op Aurora-E, Iono- scatter of, met enige beperking, Sporadic E, waarvan de oorzaak in de Ionosfeer ligt. Het optreden van een ,,duct'' is zeer onwaarschijnlijk, wanneer ergens in het mogelijke ,,tunnelkanaal'' grote luchtbewegingen plaats vinden, zoals bij bv. onweersbuien. Zonneactiviteit Voor een zendamateur speelt de zonneactiviteit een belangrijke rol, hoe meer zonneflux hoe beter de propagatie. Dezer dagen krijgt de zon enorm veel aandacht omdat de zonneactiviteit al meer dan 18 maanden op een laag pitje staat. Blijkbaar zijn er maar een 14 tal zonnevlekken voor het moment. Ergens in maart waren er meer dan 50 dan was de flux ook stukken groter en dat was positief voor de amateurs!. Op dit ogenblik beleven wij het grootste zonneminimum met de minste zonnevlekken in bijna 100 jaar. Bij een te hoge zonneflux kunnen elektronische apparatuur TV, GSM, Satelieten, Esa enz... ontregeld worden en of uitvallen met alle gevolgen van dien.
Apparatuur Bij de bepaling van ,,welke vorm van condities'' speelt de gebruikte apparatuur en de antenne(s) een belangrijke rol, waarbij beiden van belang zijn bij de veldsterktebepaling. Ioniosferische backscatter op 144 MHz kan alleen succesvol worden gedaan met vermogens van minstens 500 W tot 750 W + een antenne, die 18 -20 dB gain heeft. In een enkel geval lukt het met 500 W en een 10-elements yagi. Het door de antenne uitgestraalde vermogen moet minstens 5 kW... Een andere aanwijzing voor een bepaalde conditiesoort is, dat de antenne niet direct op het tegenstation is uitgericht, maar met een kleine of grotere hoek van de directe lijn afwijkend is gedraaid. Bij Radio-Aurora bijv. wijzen de antennes steeds in min of meer noordelijke richting, onafhankelijk van de plaats van de stations. Bij FAI zijn ze uitgericht op een reflectiegebied bezijden de directe richting. Zoals eerder gezegd, er kunnen meerdere soorten propagatie gelijktijdig optreden. FAI komt vaak voor gedurende of net na een grote ES-opening. Datzelfde geldt voor Auroral-E en Radio-Aurora. Ongebruikelijk grote afstanden worden dan overbrugd door een ,,koppeling'' van twee soorten propagatie. In jaren met hoge zonnevlekken-activiteit kunnen stations op 144 MHz maar zelden via TEP tot Zuid-Afrika verbindingen noteren. Maar is er gelijktijdig Es, dan kunnen stations op onze breedte - wanneer de reflectiewolk zich op een gunstige plaats bevindt - die DX wel maken. Weliswaar is dat gezien het zelden voorkomen van 144MHz TEP nogal onwaarschijnlijk, maar het is niet onmogelijk. Helaas komt TEP voornamelijk in de lente en het najaar voor en dat is kort voor en na het seizoen voor ES. Maar er zijn ook tegen eind september wel Es- condities genoteerd. Met de hierboven beschreven tabel kun je met enige oefening met redelijk succes bepalen om wat voor soort propagatie het gaat. De diversiteit van mogelijkheden maakt de frequentiebanden vanaf 50 MHz tot veel hoger interessant voor de zendamateur. En wie weet komen er in de toekomst nog propagatie-modi, die nu nog niet bekend zijn. Dat e.e.a. niet onmogelijk is, wordt bewezen door FAI, een propagatiesoort, die pas in de jaren 80 van de vorige eeuw werd ontdekt door zendamateurs. Bron: PE1OPH en Micha ( yl van PD4TH )
ISS: Diverse satellietontvangsten & QSO's
Wanneer komt een satelliet of bijvoorbeeld de ISS over:
Geïnteresseerden, die willen weten wanneer bijvoorbeeld het International Space Station overkomt, kunnen eens de volgende site bezoeken, (of bij links de desbetrffende op deze 'BORRELRONDE'-site aanklikken): www.amsat.org/amsat-new/tools/predict/ Gewoon uw WW-locator invullen.
U ziet daarna de noorderbreedte en oosterlengte decimaal verschijnen. Vervolgens op “predict” klikken en even later ziet u een lijst met overgangen verschijnen. U kunt ook nog een andere satelliet kiezen en voor meer dan 10 dagen aan overgangen kiezen. Probeer het eens.
Slow Scan Television (SSTV):
Het is voor de SSTV-liefhebbers wel bekend, dat de bemanning van de ISS ook SSTV plaatjes vanuit de ruimte uitzendt. Dat alles is te ontvangen op 145,800 MHz. Dat soort radioamateur activiteiten worden dan alleen gedaan, als er geen docking van een ruimtevaartuig of een ruimtewandeling plaatsvindt. Ook geen amateur activiteiten als het werkprogramma, aan boord van de ISS, dat niet toelaat. De ARISS plaatjes worden uitgezonden onder de call NA1SS. De meeste FM-transceivers, of ontvangers hebben een externe luidspreker- of hoofdtelefoonuitgang. Om SSTV plaatjes te kunnen ontvangen, dient er een koppeling tussen de TRX of RX te worden gemaakt naar de PC of notebook/laptop. Op de computer moet wel een SSTV programma zijn geïnstalleerd. Dat kunt u gratis downloaden op de volgende sites:
http://mmhamsoft.amateur-radio.ca/pages/mmsstv.php of het Multi mode programma Ham Radio Deluxe op www.ham-radio-deluxe.com (de Digital Master 780 module) of het Multi PSK programma http://f6cte.free.fr/index_anglais.htm Welk software programma u ook kiest, wees er zeker van dat u de Robot 36 mode kiest, om de SSTV-plaatjes van de ISS te ontvangen.
APRS vanuit de ISS:
De ARISS Packet Repeater is in ‘t algemeen voor APRS relayering in gebruik. Om APRS via de ISS te ontvangen, dient te worden afgestemd op 145,825 MHz de call van het ARISS digital repeater is RS0ISS-3. De up-link gebeurt op 144,490 MHz.
Phone via ISS:
Wanneer je het geluk hebt, dat je een ISS bemanningslid hoort praten, dien je afgestemd te staan op 145,800 MHz en om zelf een verbinding aan te gaan, moet de uplink gebeuren op 144,490 MHz.
Voordat je gaat roepen, is het zeer wenselijk om eerst goed te luisteren om sowieso geen bestaand QSO te verstoren en gebruik dan een echte antenne en geen rubberduck om het maar eens zo te noemen. Ook een kwartgolf op de auto blijkt goed te werken. Maar het mag duidelijk zijn, dat een richtantenne meer voordelen kan bieden. Bij een hoge overtocht van de ISS heeft men hooguit 10 minuten de tijd. Houdt de verbinding erg kort, want er zijn meer gegadigden, of een ISS bemanningslid moet aangeven langer met je te willen praten, dan ligt dat natuurlijk anders.
Als de ARISS repeater actief is, is het gebruikelijk om in de crossband mode te gaan werken. Luisteren, oftewel de downlink is dan 437,800 MHz en de uplink is dan 145,800 MHz, of vice-versa. Leuk is ook, dat de ISS crew aan QSL kaarten doet. Voor de Amerikanen wordt geadviseerd, hun QSL kaarten naar het hoofdbureau te sturen met een aan zichzelf geadresseerde enveloppe met postzegel.
(HD:qst/pi4gaz-bulletin884/pi4ede/pa1sl-ton)
De maan krimpt!...
…Maar gelukkig niet veel
312
De maan wordt steeds kleiner. Dat blijkt uit nieuwe foto's van de Amerikaanse maanverkenner Lunar Reconnaissance Orbiter. In de afgelopen één miljard jaar is de middellijn van de maan met ongeveer tweehonderd meter afgenomen. De oorzaak: Het inwendige van de maan koelt nog steeds langzaam af.
Dat de maan een héél klein beetje kleiner wordt, blijkt uit de ontdekking van 'stuwwallen', verdeeld over het maanoppervlak. In totaal zijn er veertien gevonden; de grootste heeft een lengte van een kilometer of tien. Ze zijn vergelijkbaar met de rimpels die ontstaan op het oppervlak van een uitdrogend appeltje.
De maanrimpels zijn geologisch jonge structuren - hooguit een paar honderd miljoen jaar oud, maar misschien zelfs nog véél jonger. Dat zou erop kunnen wijzen dat de maan ook nu nog tektonische activiteit vertoont. De ontdekking is beschreven in het weekblad 'Science'.
(HD:startpagina/vrza-afd.zuidveluwe/pa1sl-ton)
Sterren tellen tijdens ‘Nacht van de Nacht’
312
Van 10 oktober tot 10 november 2010, organiseren de Provinciale Milieufederaties en Stichting Natuur en Milieu een landelijke sterrentelling: Kijk naar de sterrenhemel en help mee te onderzoeken, hoe donker het nog in Nederland is. Is het je wel eens opgevallen, dat je tijdens een heldere nacht op de ene plek meer sterren ziet, dan op een andere? Dit komt door het verschil in verlichting, door bijvoorbeeld straatlantaarns, kassen, reclameverlichting en zogeheten skybeamers. Lichtvervuiling 's nachts is verstorend voor mens en dier. Uit onderzoek blijkt, dat driekwart van de Nederlanders een donkerder nacht wil. Duisternis is een oerkwaliteit die we moeten koesteren.
Hoe kun je meedoen?
Kijk tijdens een heldere avond of nacht, tussen 10 oktober en 10 november a.s. naar de sterrenhemel bij jou in de buurt en kijk hoeveel sterren er rond het sterrenbeeld Cassiopeia zichtbaar zijn. Dit W-vormige sterrenbeeld is makkelijk te vinden; het staat in oktober en november in de loop van de avond recht boven je hoofd. Het aantal zichtbare sterren geeft aan hoe donker de nacht bij jou in de buurt is. De waarneming vul je in op een formulier op de speciale website van de Nacht van de Nacht. Daar staat natuurlijk hoe het sterrenbeeld Cassiopeia is te herkennen en er staan ook instructies, tips en informatie over de sterrentelling. Aan het eind van de periode wordt door de organiserende instanties de uitslag bekendgemaakt. Deelnemers maken bovendien kans op een prijs.
Nacht van de Nacht op 30 oktober 2010
De sterrentelling is een onderdeel van de zesde 'Nacht van de Nacht', die de Provinciale Milieufederaties en Stichting Natuur en Milieu op zaterdag 30 oktober 2010 organiseren. Op deze avond kun je in heel Nederland deelnemen aan leuke en spannende nachtactiviteiten en genieten van de schoonheid van de donkere nacht. In België wordt een soortgelijke Nacht van de Duisternis georganiseerd op zaterdag 16 oktober 2010.
(HD:natuurenmilieu-rooskooiman/vrza-afd.zuidveluwe/pa1sl-ton)
Opzienbarende megabotsing in heelal
312
De grootste botsing ooit tussen clusters van sterrenstelsels is momenteel aan de gang. Met deze extreme botsing is een dertig jaar geleden geopperde theorie eindelijk bevestigd: clusterbotsingen veroorzaken gigantische schokgolven, in dit geval met een lengte van honderd keer onze eigen Melkweg. Astronomen van de Sterrewacht Leiden hebben dat ontdekt, zo heeft de Nederlandse Onderzoekschool voor Astronomie bekendgemaakt.
De botsing is overigens een vrij langdradige aangelegenheid. "Het duurt nog wel een miljard jaar voordat de clusters uitgebotst zijn", aldus Reinout van Weeren van de Sterrenwacht Leiden. De ontdekking is volgens hem wetenschappelijk van groot belang. "Wij weten nu meer over het ontstaan van sterrenstelsels. Met de botsing smelten de stelsels samen tot een groot sterrenstelsel."
Het grote cluster in wording, dat de naam 'CIZAJ2242.8+5301' heeft gekregen, bevindt zich zo'n 2400 miljoen lichtjaar hiervandaan. Door de betere apparatuur is de botsing nu wel waarneembaar, wat vroeger niet het geval was.
De ontdekking werd een jaar geleden gedaan met onder meer de Westerbork-radiotelescoop in Drenthe. "We hadden toen meteen al een idee wat er aan de hand was, maar voordat alles is nagerekend en gecheckt, gaat daar wel wat tijd overheen", aldus Van Weeren.
Clusters van sterrenstelsels behoren tot de grootste structuren in het heelal. De clusters bevatten, naast de sterrenstelsels, ook enorme hoeveelheden ijl en heet gas. (HD:belga/mvl/pd2rkg)
Planetoïde scheert langs de Aarde
316
Wetenschappers van de universiteit van Hawaii hebben met behulp van de eerste telescoop van het Panoramic Survey Telescope & Rapid Response System (Pan-STARRS) een planetoïde ontdekt, die half oktober langs de Aarde zal vliegen. De planetoïde '2010 ST3' zal de Aarde op een afstand van 6,5 miljoen kilometer passeren en werd ontdekt, toen deze zich meer dan 30 miljoen kilometer van onze planeet bevond.
De ruimterots heeft een doorsnede van 45 meter. Volgens de wetenschappers bestaat de kans dat het hemellichaam in 2098 de Aarde zal raken. Met deze eerste ontdekking wordt het nut van het Pan-STARRS project voldoende bewezen aangezien deze surveytelescoop vandaag de dag het meest gevoelige instrument is voor het opsporen van planetoïden die zich in de buurt van de Aarde begeven. Wetenschappers zijn er van overtuigd, dat niet alle planetoïden in kaart gebracht zijn.
Dankzij het Pan-STARRS project, hoopt men nu jaarlijks duizenden nieuwe planetoïden te kunnen ontdekken, zodat men zoveel mogelijk potentieel gevaarlijke exemplaren in de gaten kan houden. Het volledige Pan-STARSS project zal bestaan uit vier 1,8 meter telescopen, waarvan de eerste sinds kort operationeel is. Aan deze vier telescopen worden de grootste digitale camera`s gekoppeld, die de wereld kent en waarin CCD`s gebruikt worden met 1.4 miljard pixels.
Daar waar er in een huis tuin en keuken camera 5 miljoen pixels op enkele vierkante millimeters toegepast worden, spreken we in dit geval over een CCD chip van veertig bij veertig centimeter.
(HD:spacepage.be/pd0mhs-toine/pa1sl-ton)
Astronomen hebben twee nieuwe planeten ontdekt.
316
Astronomen hebben rondom de ster Gliese 581, twee nieuwe planeten ontdekt, waarvan één niet veel groter is dan de Aarde en sterke gelijkenissen vertoont met onze planeet. De exoplaneet met de naam 'Gliese 581g' zou drie- tot viermaal zo zwaar zijn als onze planeet en draait in iets minder dan 37 dagen om zijn moederster.
Dit betekent, dat de seizoenen op deze planeet maar enkele dagen duren. Opvallend kenmerk aan deze exoplaneet is, dat één kant steeds gericht is naar de bijhorende ster en één kant gehuld is in de eeuwige duisternis. De planeet staat op een afstand van twintig miljoen kilometer van de ster Gliese 581 en is twintig lichtjaren verwijderd van de Aarde.
Doordat de bijhorende ster een zogenaamde 'rode dwerg' is, is het op Gliese 581g niet extreem warm waardoor wetenschappers er van overtuigd zijn, dat deze exoplaneet 'leefbaar' zou kunnen zijn.
Deze belangrijke ontdekking komt drie jaar nadat sterrenkundigen een gelijkaardige exoplaneet ontdekten rondom dezelfde ster. De twee ontdekkingen bewijzen dat exoplaneten, die gelijkenissen vertonen met onze Aarde, geen uitzondering zijn. Volgens Dr. Steven Vogt van de 'University of California' is de kans op leven op de exoplaneet Gliese 581g zeer groot en zouden er wel eens tientallen miljarden van deze zonnestelsels in het heelal kunnen bestaan.
Het onderzoek naar andere planeten is natuurlijk gekoppeld aan de vraag, of we in het heelal op deze aarde alleen zijn. Er komen dan ook steeds nauwkeuriger inschattingen over het moment, dat het antwoord op die vraag komt. Vanuit de groep astronomen wordt steeds vaker gehoord, dat een op de honderd sterren wel eens planeten zou kunnen hebben.
Als een op de tienduizend van die planeethoudende sterren een aardachtige, levensvatbare planeet zou hebben en er op een van honderdduizend van die planeten intelligent leven zou zijn, moeten er op basis van het aantal sterren in het melkwegstelsel ongeveer duizend andere intelligente levensvormen zijn.
Van onze kant hebben onze radiosignalen ongeveer tien duizend sterren bereikt. De grote baas van SETI, Seth Shostak voorspelt, dat het nog maar enkele jaren zal duren, voor we het eerste buitenaardse signaal zullen horen, maximaal twintig jaar, zegt hij. Dan hebben we het over twintig lichtjaar verder.
Door onze positie en de spiraalvorm van het melkwegstelsel, dat een diameter van honderdduizend lichtjaar heeft, neemt het aantal met aardse radio signalen bereikte sterren exponentieel toe, waardoor we over twintig jaar bij miljoenen sterren en in bijna het hele melkwegstelsel te horen zijn. Dan horen wij zelf ook eventuele signalen vanaf planeten bij die sterren. De kans op contact binnen die periode lijkt daardoor meer en meer reëel.
(HD:spacepage.be/pd0mhs/pa1sl-ton)
ISS
316
ISS als basiskamp voor bemande passage langs maan?
De Russische, Europese en Amerikaanse ruimtevaartbureaus bespreken de mogelijkheid om vanuit het Internationale Ruimtestation ISS een bemande missie langs de maan te sturen. Het gaat vooralsnog slechts om een idee.
De ruimtevaartbureaus willen dat het ISS meer wordt dan slechts een plek in de ruimte, waar experimenten worden gedaan. Ze willen dat het een testlab wordt voor technologieën en technieken, die we nodig hebben bij verre ruimtereizen, naar asteroïden of Mars bijvoorbeeld.
Het ISS zou in zo'n geval als een soort basiskamp kunnen fungeren, vanwaar de astronauten met een ander toestel op hun verre reis vertrekken.
Nieuwe bewoners bereiken ISS
De Sojoezcapsule met drie nieuwe bewoners voor het Internationaal Ruimtestation heeft zich begin oktober 2010 vastgemaakt aan het ISS. Dat heeft het controlecentrum in Moskou gemeld.
Opvarenden van de nieuwe Sojoez zijn: De Amerikaan Scott Kelly en de Russen Aleksandr Kaleri en Oleg Skripotsjka. Het ontvangstcomité in het ISS bestaat uit de Amerikanen Doug Wheelock en Shannon Walker, met verder de Rus Fjodor Joertsjichin.
De Sojoez TMA-01M is de nieuwste "gedigitaliseerde" versie van de aloude Sojoezcapsule. Het nieuwe type Sojoez, dat informeel ook als de "Serie 700" bekend staat, bevat nieuwe apparatuur voor vluchtgeleiding, navigatie en besturing, nieuwe apparatuur voor gegevensverwerking en een betere koeling.
(HD:gva.be/pd0mhs-toine/pa1sl-ton)
Perseiden vallen zeer gunstig dit jaar! 12 op 13 augustus 2010
Inleiding
De Perseiden zijn een meteorenzwerm afkomstig van de komeet 109P Swift Tuttle. Elk jaar rond 12 augustus trekt de Aarde door de dichtste delen van de zwerm stofdeeltjes (meteoroiden genoemd) met als gevolg veel vallende sterren (meteoren) zichtbaar op Aarde. De huidige baan van 109P Swift Tuttle ligt redelijk ver buiten de aardbaan, maar o.a. door planetaire storingen zijn de meteoroiden in een baan geduwt die ook de aardbaan kruist. De eerste Perseiden zijn waarneembaar begin juli, de laatste eind augustus.
Omdat de stofdeeltjes afkomstig van de moederkomeet 109P evenwijdig van elkaar de aardatmosfeer insuizen, lijkt het voor een waarnemer alsof de meteoren vanuit één punt aan de hemel lijken te komen. Dit is een perspectivisch effect vergelijkbaar met de spoorrails die aan de horizon samen lijken te komen. Het schijnbare punt aan de sterrenhemel waar de meteoren vandaan lijken te komen noemen we de radiant. De naam van de zwerm wordt afgeleid van het sterrenbeeld waarin de radiant staat tijdens de maximale aktiviteit van de zwerm. De radiant van de Perseiden ligt tijdens het maximum rond 12 augustus in het sterrenbeeld Perseus, vandaar de naam Perseiden.
Verder is het zo dat hoe hoger de radiant aan de hemel staat, hoe meer meteoren zichtbaar zullen zijn. Voor de Perseiden geld dus dat de hoogste aantallen aan het einde van de nacht waarneembaar zijn, immers in augustus staat het sterrenbeeld Perseus het hoogste aan de hemel aan het einde van de nacht.
De meteoroiden komen met hoge snelheid (60 kilometer per seconde!) de aardatmosfeer binnen en tussen de 80 en 100 km hoogte “verdampen” ze waarbij een lichtproces optreedt (ionisatie). Op Aarde ziet men dan een meteoor.
Kometen zoals 109P Swift Tuttle draaien in een redelijk stabiele baan om de zon. Achter de komeet hangt vaak een verse stofsliert met deeltjes. Deze stofslierten zijn ook onderhevig aan planetaire en solaire verstoringen. De deeltjes dichtheid in die (vooral verse) stofslierten is vaak aanmerkelijk hoger en heel soms trekt de Aarde door zo’n dichte stofsliert. Meteoren waarnemers op aarde merken direct de gevolgen ervan, de aantallen nemen vaak heel snel toe om na een kortstondig hoogtepunt weer snel tot het gewone niveau te dalen. In de jaren rond de recentste perihelium passage in 1992 door komeet 109 P/Swift Tuttle werden fraaie meteorenshows gezien: in 1991 (ZHR 400 Japan), 1992 (ZHR 600 China en oost Eurpa), 1993 (ZHR 350 Europa), 1994 (ZHR 250, Amerika) en de jaren erna aflopend naar normale waarden in 1997. In 1993 was ik getuige van deze fraaie uitbarsting met veel heldere Perseiden, het laatste uurtje voordat de schemering een einde maakte aan de show zag ik ruim 250 Perseiden!
Maar ook nu nog vertoont de zwerm wel eens kortstondige oplevingen: zoals in 2004 (ZHR 200 gedurende een uur), 2007, 2008 (ZHR 140) en 2009 (meerdere pieken tussen de 150 en 200).
De situatie in 2010
In 2006 verstoorde de planeet Saturnus de Perseiden meteoroidenzwerm. De aarde trok daardoor door meerdere stofbanen van komeet 109P Swift Tuttle Dit had als gevolg dat er vanaf 2008 extra Perseiden activiteit werd waargenomen. Het hoogtepunt van deze verstoring viel in 2009: er werden toen maar liefst drie pieken waargenomen met ZHR’s tussen de 150 en 200! Helaas vielen deze ongunstig vanuit Europa: alleen in de avonduren van de 12e augustus werd vanuit Europa verhoogde aktiviteit van heldere Perseiden waargenomen. Bijgaand een compositie van de all sky kamera werkzaam vanuit Vaison la Romaine in de Provence.
In 2010 mogen we ook nog verhoogde aktiviteit verwachtten door de verstoring van Saturnus in 2006. Het “normale” maximum valt dit jaar in de nacht van 12 op 13 augustus tussen 23:30 en 02:00 UT (= tussen 01:30 en 04:00 uur lokale tijd). Dit is uitermate gunstig, de Perseiden radiant staat dan op maximale hoogte en het is dan nog astronomisch donker. ZHR ongeveer 90 a 100, maar wellicht door de verstoring van Saturnus toch nog 110 a 120. Waarbij mogelijk iets meer helder spul zichtbaar zal zijn. Onder grensmagnituden van 6.5 leverd dit in de laatste uren van de nacht effectief 80-120 Perseiden per uur op. Let op: dit aantal is ook afhankelijk van je persoonlijke perceptie en o.a. de toestand van je ogen. Jonge mensen hebben vaker een wijdere oogpupil dan de wat oudere mensen en zien deshalve wat meer. Probeer ook uigerust waar te nemen, iemand die vermoeid is zal sneller in slaap vallen....
Tot slot nog dit: de nachten in augustus kunnen soms al koud uitpakken: een goede ligstoel en slaapzak met warme kledij is aan te raden...
Neem ook waar buiten het maximum...
Neem de Perseiden ook bij voorkeur waar buiten de maximum periode. De maan stoord niet meer vanaf 7 augustus. Neem bijvoorbeeld steeds de laatste twee uurtjes van de daaropvolgende nachten waar. De aantallen zullen oplopen van 10 naar 30 per uur tot 11 augustus, uitgaande van goede waarneemomstandigheden (lm 6.5) met een vrij uitzicht (=geen bomen, bebouwing of wolken in het beeldveld).
Enkele tips voor bruikbare visuele waarnemingen:
+ Neem waar van op een donkere stek. Veel Perseïden zijn behoorlijk lichtzwak.
+ Probeer waar te nemen met behulp van een dictafoon of taperecorder.
+ Gebruik bij voorkeur voor het bepalen van tijdstippen een DCF klok.
+ Buiten de periode 10-15 augustus: hanteer tijdsintervallen van 60 of 90 minuten. Binnen de periode van 10-15 augustus: halveer tot periodes van 30 minuten. In de maximumnachten hanteer korte tijdsintervallen (bij voorkeur 10 of 15 minuten).
+ Heb aandacht voor het schatten van een accurate (persoonlijke) grensmagnitude. Hierbij maakt men geen gebruik van SQM meters maar moet men tellen in drempelveldjes: http://www.imo.net/visual/major/observation/lm Herhaal dit proces regelmatig om de waarnemingen te blijven ijken.
+ Maak onderscheid tussen Perseïden en niet – Perseïden.
+ Noteer geen tijdstippen van meteoren (enkel de allerhelderste exemplaren is een tijdstip nuttig); enkel de tijdstippen van de tijdsintervallen zijn belangrijk.
+ Bij een obstructie van meer dan 20% bewolking: de officiële waarneemperiode staken.
+ Na afloop de waarnemingen niet laten slingeren: uitschrijven en rapporteren met behulp van het elektronische invulformulier (zie website VVS onder het item’downloads’) of rechtstreeks je data invoeren op de server van www.imo.net . Ook zijn de waarnemingen welkom bij ondergtekekende. Als de aktie succesvol verloopt wordt er een uitgebreide analyse gedaan en worden de resultaten gepubliceerd in o.a. eRadiant (zie www.dmsweb.org ) en Zenit.
Wat is een ZHR?
ZHR staat voor Zenital Hourly Rate. Dit is een maat om meteorenwaarnemingen tussen verschillende waarnemers te kunnen vergelijken. Hierbij wordt gecorrigeerd voor radianthoogte, de grensmagnitude (deze wordt gecorrigeerd naar 6.5), R waarde (een maat die de gemiddelde helderheid van de meteoren aangeeft) en de persoonlijke correctie van de waarnemer. (Zie ook ‘Propagatie’).
(Bron:astroforum.nl)
Sterrenregen trekt over Nederland

Medio augustus 2010 zijn mogelijk tot honderd vallende sterren te zien. Rond die tijd zijn altijd meer vallende sterren te zien dan in de rest van het jaar, de afgelopen jaren waren het er enkele tientallen.
In de augustusmaand is het vanwege de maanstand 's nachts donkerder dan gebruikelijk, waardoor het fenomeen vaker zichtbaar is. Dat meldt de stichting voor amateursterrenkundigen ‘De Koepel’ onlangs. Het hoogtepunt wordt verwacht in de late nacht van 12 op 13 augustus 2010. Een vallende ster wordt ook wel een meteoor genoemd. Dit is een stofdeeltje of gruis, dat de dampkring van de aarde binnenkomt. Door de verhitting ontstaat op een hoogte van tachtig tot honderd kilometer dan een lichtverschijnsel.
Meteorenzwerm
Elk jaar in augustus kruist de aarde baan van de komeet Swift-Tuttle. Dit veroorzaakt een meteorenzwerm die uit het sterrenbeeld Perseus lijken te komen, de zogenoemde Perseïden. Tussen 10 en 13 augustus a.s. zijn de vallende sterren zonder verrekijker of telescoop duidelijk zien. Hiervoor moet het wel onbewolkt zijn, meldt de stichting. Belangstellenden kunnen voor het betere zicht, het best buiten de Randstad naar de hemel turen, maar de meteoren zijn ook vanuit de tuin goed te bekijken.
Radiozendamateurs
Door middel van speciale pc-software maken radiozendamateurs juist in deze periode extra gebruik van de mogelijkheid om via reflecties tegen deze geïoniseerde lagen, die de meteoren veroorzaken, om met andere zendamateurs op de wereld verbindingen te leggen. Meteoorscatter te beoefenen is nu het juiste moment.
Zo dood als een pier

Dat CO2 een effect heeft op het klimaat, wordt door niemand betwist, maar de afgelopen jaren is de temperatuur op aarde niet meer gestegen en de hoeveelheid CO2 juist wel. Dat roept de vraag op, of niet andere factoren dan CO2 minstens zo belangrijk zijn.
De zon bijvoorbeeld. Die was tijdens de opwarming in de vorige eeuw veel actiever dan in de duizenden jaren daarvoor, maar van die activiteit is de laatste jaren weinig meer te bespeuren. De zon is in de woorden van sterrenkundige Kees de Jager ‘zo dood als een pier’.
Is het toeval, dat tegelijkertijd de opwarming lijkt te zijn gestopt? Professor de Jager’s recente studies suggereren, dat we de invloed van de zon veronachtzaamd hebben en dat de huidige ‘rust’ wel eens het begin van een langdurige koudeperiode zou kunnen betekenen.
Bekijk het filmpje over prof. de Jager.
Overigens zal als het werkelijk deze ‘stille zon’ wordt, het effect ook op onze hobby merkbaar zijn en de goede propagatie op de hogere HF-frequenties doen afnemen.
(H.D.pd2rkg-rené).
WAT IS ER TOCH MIS MET DE ZON?
Al vele eeuwen hebben astronomen de vlekken geregistreerd die op het oppervlak van de zon te zien zijn. Ze ontstaan vrij plotseling en verdwijnen na een paar dagen tot weken weer. Het aantal varieert met de tijd tussen een maximum en een minimum, daarbij is een golfverschijnsel met een periodeduur van 11 jaar geconstateerd. Maar de laatste jaren zijn er nauwelijks meer zonnevlekken waargenomen. Normaal is dat zo'n zonnevlekken minimum een jaar duurt,waarna het aantal vlekken weer geleidelijk gaat toenemen. Het laatste minimum trad op in 2008, waarna in 2009 de activiteit weer toe zou moeten nemen. Maar het lijkt wel dat niemand de zon heeft gewaarschuwd om weer tot leven te komen. De zon heeft blijkbaar moeite om weer op gang te komen. Dat is vervelend vonden de radioamateurs, want dat betekent slechte propagatie condities op 10 meter. Echter in 2010 is de SSN, het gemiddelde zonnevlekkengetal, nog steeds erg laag en toch zijn er weer mooie verbindingen op 10 meter te maken. Blijkbaar heeft het zonnevlekkengetal toch niet zo'n groot effect op de radiocondities. In het binnenste van de zon vinden continu stromen plaats die gepaard gaan met sterke magneetvelden. Die stromen breken af en toe door het oppervlak van de zon. Dat gaat gepaard met energieën die miljarden malen groter zijn dan die van een atoombom. Bij zo'n uitbraak koelt het oppervlak van de zon ter plaatse, waardoor wij daar een donkere vlek waarnemen tegen de lichte achtergrond van de hete zon. Zo'n uitbarsting van energie moet dan toch invloed op het klimaat hebben. Vele geleerden maken zich daarom grote zorgen over het uitblijven van de start van de nieuwe zonnecyclus. Als de start zolang uitblijft, dan moet de start wel met een enorme uitbarsting van energie gepaard gaan, zo is het idee. Zo'n enorme uitbarsting van energie zou wel eens desastreuze effecten op aarde kunnen geven, waaronder uitval van het elektriciteitsnetwerk en daaraan aangesloten apparatuur, of ernstige beïnvloeding van het klimaat op aarde. Zonnevlekken geven wetenschappers de kans om een glimp te werpen in het binnenste van de zon. Hoewel de zonnesatellieten van de NASA en ESA daar niet voor gelanceerd waren, kunnen er nu veel meer metingen aan het binnenste van de zon worden gedaan. Zo wordt nu verondersteld dat er binnen in de zon twee snelle gasstromen plaatsvinden met een periode van 40 jaar.
Aan het eind van 2009 trad er plotseling weer zonnevlekken activiteit op. Maar terwijl de magnetische stormen in kracht leken toe te nemen, bleken de gasstromen te vertragen. Dat laatste kon men afleiden uit de zonnebevingen. Het is belangrijk dat er klaarheid komt in beide tegenstrijdige theorieën.
De algemene gedachte is dat de zonneactiviteit een grote invloed heeft op het klimaat op aarde. Een voordeel van de huidige extreem lange periode van minimale zonnevlekken is, dat we dit gegeven kunnen gebruiken om het effect op de temperatuur van de aarde te kunnen bepalen. Nu blijkt echter dat het effect van zonnevlekken op de gemiddelde temperatuur miniem is. Wel bleken er grote temperatuur verschillen te bestaan afhankelijk van de geografische locatie. Zo bleken vanaf 1650 de strenge winters in Europa samen te vallen met perioden van lage zonneactiviteit. In het z.g. Maunder minimum, van 1645 tot 1715, waren zonnevlekken vrijwel afwezig. Zou de huidige inactiviteit aanblijven tot 2100, dan zou het effect daarvan op de 'global warming' minder dan 0.3 graden zijn. Er zijn dan blijkbaar toch andere effecten van de zon, die meer invloed op het klimaat hebben. De activiteit van de zon is een populair onderwerp in de wereld van de radioamateur. Het is niet eenvoudig om een 1 op 1 relatie met de propagatie condities te leggen. Vrijwel alle software, die voorspellingen voor condities op de HF banden maakt is gebaseerd op het programma VOCAP, van de Voice of America. Dit programma maakt gebruik van de gegevens van een groot aantal jaren van waarnemingen. Maar let op, in de waarnemingsjaren hield de zon zich keurig aan de zonnecyclus.
Bron: ORB
De Geminiden komen eraan.
Zo.12-12-2010: Veel vallende sterren verwacht:
De Geminiden komen eraan
Dit jaar 2010 zijn de omstandigheden redelijk gunstig om vallende sterren te zien van de Geminidenzwerm. Tijdens het hoogtepunt van deze meteorenzwerm, rond 14 december, zijn er soms wel 100 meteoren per uur te zien. Het maximum van deze zwerm valt voor ons echter overdag op 14 december. Kijk daarom in de nacht van 13/14 en 14/15 december. De maan is op 13 december in Eerste Kwartier en gaat rond middernacht onder. Daarna hebben we dus geen last meer van storend maanlicht en kunnen we ook zwakkere meteoren zien.
Elke nacht verschijnen er een aantal vallende sterren aan de hemel. Met een beetje geluk zien we er één langs schieten als we een tijdje buiten staan. Vallende sterren zijn geen echte sterren die naar beneden vallen, maar kleine steentjes die vanuit de ruimte de dampkring van de aarde binnendringen. Zo'n brokje steen heeft in de ruimte een grote snelheid van vele tientallen kilometers per seconde en als het de dampkring binnenkomt, remt de lucht het steentje af. Het wordt dan heet en verdampt op een hoogte van zo'n tachtig tot honderd kilometer. Het lichtverschijnsel dat we zien is niet van het steentje zelf, maar van de lucht er omheen die ook sterk wordt verhit en gaat gloeien. Dit lichtverschijnsel noemen we een meteoor.
Enkele malen per jaar zijn er veel meer meteoren te zien dan normaal. De aarde in zijn baan kruist dan de baan van een wolk stofdeeltjes, achtergelaten door een komeet. Elk jaar in december kruist de aarde de baan van het object 3200 Phaethon. Dit is echter geen komeet maar een planetoide. Waarschijnlijk is het een oude komeet die niet langer meer actief is, dus nu geen gas en stof meer uitstoot. Het object heeft behoorlijk wat gruis verspreid in zijn baan. Dit veroorzaakt een mooie meteorenzwerm die elk jaar terugkeert rond 14 december: de Geminiden.
De Geminiden zijn vernoemd naar het sterrenbeeld Gemini, de Tweelingen. De reden hiervoor is dat alle vallende sterren die bij deze zwerm horen, uit de richting van het sterrenbeeld Tweelingen lijken te komen. Als we de lijn van een Geminide doortrekken in de richting waar die vandaan kwam, kom deze in dit sterrenbeeld uit. Het punt aan de hemel waar alle meteoren vandaan lijken te komen, heet de radiant. Het is slechts een denkbeeldig punt, want in werkelijkheid bewegen de meteoren evenwijdig aan elkaar. Dit effect zien we bijvoorbeeld ook bij treinrails. Twee rails van een spoor lopen ook evenwijdig aan elkaar. Maar als we op het spoor staan, lijken de twee rails elkaar te naderen in de verte bij de horizon. Zo ook lijken meteoren vanuit één punt aan de hemel te komen.
(HD:dekoepel)
Waar blijft de zonne activiteit ?
319
Ja ja, de zonncyclus nr. 24 is bijna twee jaar over tijd, de voorbode van afkoeling?
Het bijgaande plaatje laat dat echter niet zien, de zwarte “zonnevlekken” ontbreken.
Normaal verschijnen deze ook in de periode van 11 jaar, te beginnen aan de bovenkant van de zon en zakken dan naar beneden in die periode.
Maar de zwarte vlekken blijven uit!, de nieuwe cyclus is inmiddels bijna twee jaar over tijd en volgens sommige wetenschappers betekent het, dat de aarde een periode van afkoeling te wachten staat. (Gaan ook de stookkosten weer omhoog.)
Of staat de wereld onaangename dingen te wachten, zoals zeer heftige magnetische uitbarstingen, zodat alle electronica het begeeft, alleen wat we kunnen opwinden werkt dan nog. (Wordt een run naar de lingeriewinkels door de dames.) Blijven we toch nog warm in de nieuwe ijstijd.
Zo kan die wel weer!
Opvolger Hubble-ruimtetelescoop wordt duur grapje
319
AMSTERDAM - De James Webb Space Telescope (JWST), beter bekend als de opvolger van de Hubble-ruimtetelescoop, valt zeker dertig procent duurder uit dan verwacht.
Dat is de conclusie van een onafhankelijke onderzoekscommissie die het JWST-project tegen het licht heeft gehouden. De commissie trekt de technische integriteit van het ontwerp van de nieuwe ruimtetelescoop niet in twijfel, maar stelt vast dat het project in financieel en organisatorisch opzicht een rommeltje is.
Met name de opstellers van de JWST-begroting krijgen ervan langs. Deze begroting was gebaseerd op drijfzand en hield geen rekening met tegenvallers, waarvan sommige al van meet af aan bekend waren.
Ook de NASA-leiding gaat niet vrijuit. Deze was in elk geval op de hoogte van een deel van de problemen, maar verzuimde in te grijpen. Waar doortastend handelen was vereist, werd slechts meer geld in het slecht georganiseerde project gepompt.
Onduidelijkheden
De pas vorig jaar aangetreden NASA-directeur Charles Bolden onderschrijft de bevindingen van de commissie en is begonnen met de reorganisatie van het JWST-project. De onderzoekscommissie schat dat de lanceerkosten voor de JWST zeker 6,5 miljard dollar zullen bedragen - bijna anderhalf miljard dollar meer dan begroot.
En dat bedrag gaat dan ook nog uit van een lancering die op zijn vroegst in september 2015 zal plaatsvinden - twee jaar later dan oorspronkelijk de bedoeling was. Waar NASA het extra geld vandaan wil halen, is nog onduidelijk.
(HD:nu.nl/nl13286-daniël)
De maan bestaat uit meer dan stof.
320
De Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA heeft vastgesteld, dat er op de maan ijs, kwik en mogelijk zelfs zilver aanwezig is. Vorig jaar 2009 liet het een onbemande raket op de achterkant van de maan ploffen. Men ging nu na, welke stoffen er vrijkwamen.
Zowat een vijfde van het materiaal dat opstuifde, bleek te bestaan uit onder meer methaan, ammoniak en CO2. Zilver zou op de maan maar in kleine deeltjes aanwezig zijn, zelfs onvoldoende voor mijnbouw.
Dat er kwik is, is een lichte tegenvaller. Het metaal is giftig en kan gevaarlijk zijn bij eventuele menselijke expedities.
Volgens NASA-wetenschapper Anthony Colaprete kwamen de materialen wellicht op de maan terecht door kometen en asteroïden.
De aanwezigheid van water was al langer bekend, maar nu werd wel ontdekt, dat de watermoleculen niet gelijkmatig zijn verdeeld over het oppervlak. Ze liggen zowaar in een soort putjes. Zuiver ijswater kan van groot belang zijn voor toekomstige mensen op de maan.
Waterstofgas, ammoniak en methaan zou dan weer gebruikt kunnen worden voor de productie van brandstof.
(HD:gva.be/pd0mhs-toine/pa1sl-ton)
Planeet van buiten Melkweg ontdekt
320
GARCHING - Europese astronomen hebben een unieke planeet ontdekt. Voor het eerst is een planeet gevonden, die is ontstaan buiten het Melkwegstelsel, het sterrenstelsel waarin de aarde zich bevindt. Dat heeft de Europese Zuidelijke Sterrenwacht (ESO) donderdag 18-11-2010 bekendgemaakt.
De planeet 'HIP 13044 b' staat in het sterrenbeeld Oven, op een afstand van ongeveer 2000 lichtjaar (bijna 19 biljard kilometer) van de aarde. De planeet is ongeveer even groot als Jupiter en draait in slechts zestien dagen om zijn zon. 'HIP 13044 b' maakte deel uit van een sterrenstelsel, dat meer dan zes miljard jaar geleden is opgeslokt door de Melkweg.
De ster waar de nieuw ontdekte planeet omheen draait, HIP 13044 genaamd, heeft volgens astronomen van de ESO niet lang meer te leven. Het zal binnenkort vermoedelijk uitdijen en de planeet verzwelgen. Door de ondergang van de planeet te bestuderen, hopen de wetenschappers een beter beeld te krijgen van het lot, dat ook de aarde over enkele miljarden jaren wacht.
(HD:clippy.be/detelgraaf/trouw/nl13286-daniël)
Russische Sojoez-ruimteschepen
321
Russische Sojoez-capsules ondervinden meer defecten dan voorheen bekend
Bij de Russische Sojoez-ruimteschepen, die bemanningen naar en van het internationaal ruimtestation ISS brengen, doen zich aanzienlijk meer problemen voor, dan tot nu toe geweten, aldus berichten in Russische media.
Op gezag van een niet nader genoemde bron bij de Russische ruimtevaart, meldde het onafhankelijke persbureau Interfax, dat er bij de op 8 oktober 2010 gelanceerde en twee dagen later aan het ISS aangekoppelde Sojoez, herhaaldelijk een probleem met het nieuwe, digitale, besturingssysteem is geweest.
De Sojoez TMA-01M was immers de eerste Sojoez van de digitale TMA-generatie. Met de (analoge) TMA-1 vloog Frank De Winne in 2002. Bovendien is er kort voor de start op Bajkonor, door een zuurstoflek, een veel te hoge druk in de Sojoez TMA-01M gemeten.
Een onderzoekscommissie moet een en ander uitspitten. Het leven van de drie opvarenden - de Amerikaan Scott Kelly en de Russen Aleksandr Kaleri en Oleg Skripotsjka - is niet in gevaar geweest.
Volgens de door Interfax aangehaalde bron, waren er in september 2010, ook aanzienlijke problemen met de atmosferische druk tijdens een Sojoezmissie, met als vermoedelijke oorzaak een defekt ventiel. Wel bekend is, dat de capsule zich door een computerfalen pas met een dag vertraging van het ISS kon afkoppelen. De huidige storingen met de digitale besturing, zijn echter wezenlijk gecompliceerder, zo luidt het.
(HD:hnl.be/pd0mhs-toine/pa1sl-ton)
Enkele reis naar Marstitel
321
Dirk Schultze en Paul Davies, twee Amerikaanse wetenschappers, laten in de Journal of Cosmology optekenen, dat een ruimtevlucht naar Mars in de nabije toekomst betaalbaar en snel te realiseren is. De terugreis is, naar verluidt, té duur en niet haalbaar. Ondanks dat gegeven staan er heel wat mensen te springen om naar de rode planeet te reizen.
Het ontbreken van de mogelijkheid om terug te keren, betekent, dat Marsreizigers zich permanent moeten vestigen in een capsule, om daar dan in te overleven.
Een terugkeer naar de Aarde zou niet alleen prijzig zijn, maar ook nog eens levensgevaarlijk. De avonturiers zouden niet meer gewend zijn aan de zwaartekracht op onze planeet en brengen misschien wel gevaarlijke levensvormen met zich mee.
(HD:gva.be/pd0mhs-toine/pa1sl-ton)
Ruimtestation ISS tien jaar bemand
322
NOVEMBER 2010 Een gedwongen geboorte, waar mensen gaandeweg van hebben leren te houden. Zo kan het internationale ruimtestation ISS worden omschreven. Begin november j.l. is het complex tien jaar aan een stuk bewoond, een record.
In zijn bestaan, heeft het ISS bijna 70.000 rondjes rond de aarde gedraaid, één per anderhalf uur. Als het weer het toelaat, is het station regelmatig boven Nederland te zien.
Op zijn 10-jarige verjaardag, trok het station van west naar oost, rond kwart voor zeven en anderhalf uur later, rond kwart over acht, weer. Hopelijk zie je hem ook in de toekomst bij helder weer overkomen.
(HD:nu.nl/pd0mhs-toine/pa1sl-ton)
Onbruikbare satelliet vormt geen groot gevaar
322
29/10/10 Een lek in de brandstoftank van de als verloren beschouwde en pas door een Ariane-5 correct gelanceerde Europese telecomsatelliet W3B zorgt voor ruim 5 ton meer ruimteschroot. De satelliet had een waarde van 250 miljoen €uro.
"Wij weten waar de satelliet zich bevindt en wij hebben er contact mee. Wij kunnen hem echter niet in gebruik nemen", zei de woordvoerster Eutelsat Communications in Parijs. Ze beklemtoonde, dat er geen gevaar bestaat voor een botsing met andere satellieten. De W3B moest in het bijzonder televisieprogramma's doorstralen en voor dataverbindingen instaan.
(HD:hln.be/pd0mhs-toine/pa1sl-ton)
Twee kleine satellieten verhuizen naar de maan
323
Twee micro-satellieten, die in 2007 door NASA in een baan om de aarde werden gebracht, zijn door wetenschappers van de universiteit van Californië in Berkeley, richting maan gemanoeuvreerd.
Vanuit hun nieuwe locatie, zullen zij hun onderzoek van de interactie van aarde en maan met de zonnewind voortzetten. Het tweetal maakte oorspronkelijk deel uit van de THEMIS-missie, die uit vijf kleine satellieten bestond.
Met deze satellieten, werd onderzocht welke invloed verstoringen van het aardmagnetische veld, veroorzaakt door de zonnewind, hebben op het poollicht op aarde. Aan deze succesvolle missie kwam in 2008 een einde.
(HD:nu.nl/bar/pd0mhs-toine/pe1nlz-ajcmvg/pa1sl-ton)
Expeditie 26 onderweg naar het ISS
324
Op vrijdag 17-12-2010, zijn de drie nieuwe bemanningsleden goed aangemeerd aan de Rassvet mini-research module van het ruimtestation. Na het openen van het luik, zijn ze met een traditionele welkomstceremonie verwelkomd en konden ze met familieleden en het grondpersoneel spreken, alvorens ze geïnformeerd werden over de veiligheidsprocedures aan boord van het ruimstestation.
De huidige bemanningsleden Commandant Scott Kelly en Boordwerktuigkundige Alexander Kaleri en Oleg Skripochka werken en wonen sinds 9 oktober 2010 op het ruimtestation. Zij zullen tot maart 2011 blijven en terugkeren in hun Soyuz TMA-01M ruimtevaartuig.
De drie nieuwe bemanningsleden zullen officieel lid worden van het ISS Expeditie 27 team als Kelly, Kaleri en Skripochka loskoppelen en terug naar huis keren. Kondratyev, Coleman en Nespoli zullen tot Mei 2011 aan boord het ruimtestation blijven.
(HD:drs/nasa)
MAANSVERDUISTERING 2010
325
Op dinsdagochtend 21 december 2010 is er een totale maansverduistering te zien. De verduistering begint om 07.32 uur, alleen het begin is waarneembaar, omdat de maan al snel onder de horizon verdwijnt. Met een beetje geluk is het te bekijken tot kort voor 09.00 uur in de ochtend.
In het animatiefilmpje is de maan verhoudingsgewijs te groot voorgesteld.
Met een verrekijker kan men het spektakel prachtig volgen. Op deze pagina staan allerlei hulpmiddelen om de hoogte boven de horizon te schatten.
Meer info over maansverduisteringen vind men hier. Op verschillende plaatsen in Nederland en Vlaanderen kan men samen met amateur-astronomen het hemelverschijnsel volgen.
Een totale maansverduistering kan erg indrukwekkend zijn. Tijdens de totaliteit bevindt de Maan zich volledig in de kernschaduw van de Aarde en valt er geen direct zonlicht meer op de Maan. Echter, een beetje zonlicht valt door de aardatmosfeer en wordt gebroken, waardoor het het maanoppervlak alsnog kan bereiken. Dit is met name rood licht, waardoor er een rode gloed over de Maan komt. Doordat de verduistering erg centraal is, is dit effect bij deze eclips bijzonder sterk. Echter, in onze streken vindt het maximum van de totaliteit plaats rond maansondergang, en dus zonsopkomst (het is immers Volle Maan — Zon en Maan staan precies tegenover elkaar aan de hemel, zeker bij een eclips). Dit betekent dat gedurende de tweede helft van de eclips de Maan onder de horizon staat, maar dat, voordat de Maan ondergaat, de eclips al lastig te volgen is doordat het gaat schemeren. De animatie hieronder laat zien dat, terwijl de Maan verduisterd wordt, de hemel blauw wordt. De moeite beslist waard!
(HD:frankdeboosere)
Noorderlicht en zonnenstorm.
Woensdag 16-02-2011
Bij helder weer is het de komende nachten mogelijk een spectaculair gekleurde hemel te aanschouwen.
Het zogenoemde noorderlicht (aurora borealis) is een lichtverschijnsel in de atmosfeer dat ontstaat door uitbarstingen op de zon. Daarbij worden grote hoeveelheden geladen deeltjes (protonen en elektronen) het heelal ingeslingerd. Het magnetische veld van de aarde trekt de deeltjes aan richting de noord- en zuidpool, waar ze met hoge snelheid onze atmosfeer binnendringen. Doordat de elektrisch geladen deeltjes daarbij veelvuldig botsen, komt de energie weer vrij en ontstaat het kleurrijke noorderlicht.
De kans op noorderlicht is logischerwijs het grootst in jaren wanneer er veel activiteit is op het oppervlak van de zon. Om de elf jaar maakt de zon de meest actieve periode door, voor het laatst was dat in 2000. Vandaar dat we ook nu weer op noorderlicht kunnen rekenen, dat vooral in het noorden van Nederland goed te zien zou moeten zijn. Overigens was de laatste keer dat de zon een wolk geladen deeltjes richting aarde schoot in 2003. Maar die zonnestorm was niet zo heftig als die in 2000 en niet zo heftig als die nu verwacht wordt.
Toch blijft het niet alleen bij mooie plaatjes, er kleven ook nadelen aan zo'n zware zonnestorm. De kans is namelijk groot dat gps-systemen in bijvoorbeeld auto's en op mobiele apparatuur met storingen te maken krijgen. Ook dreigen problemen met het radioverkeer in de luchtvaart. Bij de vorige -lichtere- zonnestorm in 2003 viel in Zweden de elektriciteit uit en hielden navigatiesystemen van vliegtuigen ermee op.
De aarde krijgt vanaf donderdag te maken met de effecten van de zwaarste zonnestorm in jaren. De kans is groot dat gps-systemen in bijvoorbeeld auto's en op mobiele apparatuur met storingen te maken krijgen.
Ook dreigen problemen met het radioverkeer in de luchtvaart. Dat liet een woordvoerster van de Nederlandse Onderzoekschool Voor Astronomie (NOVA) vandaag ( woensdag ) weten.
De afgelopen jaren is de zon niet erg actief geweest. De laatste keer dat de zon een grote wolk geladen deeltjes richting aarde schoot was in 2003. Toen viel in Zweden de elektriciteit uit en hielden navigatiesystemen van vliegtuigen ermee op.
Een zonnestorm bestaat uit protonen en elektronen die loskomen van de zon en met enorme snelheid de kosmos worden ingeslingerd. De deeltjes kunnen in de buurt van de polen de aarde bereiken en krijgen daar een elektrische lading.
Volgens de NOVA is de storm deeltjes die donderdag de aarde bereikt niet uit de allerzwaarste categorie, maar sterk genoeg om problemen met elektronische apparaten te veroorzaken. Het grootste risico daarop is in landen die dicht bij de Noordpool en bij de Zuidpool liggen.
Volgens de Belgische sterrenwacht bestaat de kans dat in West-Europa het noorderlicht te zien zal zijn. Nederlandse sterrenkundigen achten die kans klein. ''Wellicht bij heel helder weer zal er iets te zien kunnen zijn'', aldus de woordvoerster van de NOVA.
Het kleureneffect van het noorderlicht ontstaat doordat de deeltjes van de zonnestorm door het aardmagnetisch veld worden afgebogen naar de polen. Daar dringen ze met hoge snelheid de atmosfeer binnen. De energie die daarbij vrijkomt, veroorzaakt de kleurenpracht.
In 2008 waarschuwde de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA voor een gat in het aardmagnetisch veld waardoor bij een volgende piek van zonneactiviteit er grote schade kan worden toegebracht aan het moderne leven op aarde met al zijn elektronica. Die piek is in 2012 of 2013.
Bron NU.nl en RTL.nl
Dubbele zonsopkomst.
De eerste week van januari heeft de sterrenhemel heel wat vuurwerk voor ons in petto. Hoogtepunt is de gedeeltelijke zonsverduistering op dinsdagmorgen 4 januari 2011. Als de zon rond 8.48 opkomt, dan blijkt deze voor driekwart verduisterd te zijn.
Het is deze dag Nieuwe Maan en de maan beweegt nu, vanaf aarde gezien, bijna precies voor de zon langs. Terwijl de zon verder stijgt, neemt de verduistering af, en omstreeks 10.40 uur, is deze afgelopen.
Deze zonsverduistering is de eerste van vier gedeeltelijke zonsverduisteringen, die dit jaar optreden. Maar de andere drie (op 1 juni, 1 juli en 25 november), zijn in onze streken niet te zien.
N.B.: Het is niet veilig om onbeschermd naar de zon te kijken. Het felle licht kan onze ogen beschadigen. Overigens zal het licht van de opkomende zon sterk door de dampkring worden gefilterd en kan een korte onbeschermde blik op de rode zonneschijf niet zo’n kwaad. Maar ga zeker niet staren en kijk uit als de zon wat hoger komt; dan mag u zeker niet onbeschermd kijken.
Het beste kunt u kijken met een zogeheten eclipsbrilletje. Deze zijn voor een paar €uro te koop bij veel publiekssterrenwachten en bij Stichting 'De Koepel' in Utrecht. In plaats van een eclipsbril kan ook een lasbril met verduisteringsfactor 14 of meer worden gebruikt.
Meer info http://www.dekoepel.nl/zenit/eclipsweb/
Galileo weer 1,9 miljard €uro duurder.
Die som komt bovenop de geplande 3,4 miljard €uro.
De Europese Commissie moet de totale kostprijs van het aanslepende Galileo- en het al operationele Egnos-project, om Europa van een eigen navigatiesysteem te voorzien, weer naar boven herzien. Doorheen de jaren is het budget gestaag gestegen. De aanvankelijk voorziene 3,4 miljard €uro moet dienen voor de periode 2007-2013. Voor de 'afwerking' van de infrastructuur is nog eens 1,9 miljard €uro nodig. De operationele kosten voor Galileo en Egnos bedragen samen 800 miljoen €uro per jaar. Doel is nu om in 2014 klaar te zijn, 6 jaar later dan aanvankelijk gepland.
Samen met dat nieuws raakte bekend, dat Berry Smutny, ceo van het Duitse satellietbedrijf OHB-System, is moeten opstappen na kritische uitlatingen over Galileo. Dat blijkt uit documenten op klokkenluiderssite Wikileaks. Smutny vertelde blijkbaar aan de Amerikaanse ambassadeur, dat "...Galileo een idioot idee is, dat in de eerste plaats de Franse belangen moet dienen..." Hij noemde het project verspilling. Dat belette overigens niet, dat OHB-System begin vorig jaar verrassend het contract won voor het bouwen van 14 satellieten voor Galileo.
HD:datanews.be/nl13286-daniël)
Eerste leefbare planeet blijft spoorloos
In september vorig jaar maakten Amerikaanse astronomen de ontdekking bekend van de eerste potentieel leefbare exoplaneet. Maar enkele weken later al uitten sterrenkundigen van de universiteit van Genève, die bij dezelfde ster - Gliese 581 - naar planeten hadden gespeurd, hun twijfels over deze primeur. Het lijkt er steeds meer op, dat de Geneefse onderzoekers gelijk krijgen.
Het bestaan van planeet Gliese 581g - de zesde die bij Gliese 581 ontdekt zou zijn - werd afgeleid uit kleine schommelbewegingen van zijn moederster. Zijn afstand tot de rode dwergster zou precies goed zijn voor het ontstaan van leven: Niet te koud, niet te warm.
Een statistische analyse van de gezamenlijke Amerikaanse en Europese meetgegevens doet de hoop op een leefbare planeet echter vervliegen. Als er al een planeet op die afstand rond Gliese 581 draait, gaat de door hem veroorzaakte schommelbeweging geheel ten onder in de onvermijdelijke ruis van de meetonzekerheden. De kans, dat Gliese 581g echt bestaat, is daarmee geslonken tot minder dan 0,01 procent. Al zijn de oorspronkelijke ontdekkers van de planeet het daar natuurlijk niet mee eens.
(HD:eddyechternach/nl13286-daniël)
Onbemande Japanse raket op weg naar ISS.
Japan heeft een onbemande raket gelanceerd richting het internationale ruimtestation ISS. De vlucht vanaf een afgelegen Japans eiland heeft zes ton eten, water, kleding en apparatuur aan boord.
De Kounotori2 - Kounotori is Japans voor ooievaar - moet donderdag aankomen bij ISS.
De vrachtraket wordt na het lossen in het ruimtestation volgeladen met afval en afgestoten. Het voertuig zal dan in de dampkring van de aarde terechtkomen en daar verbranden.
Japan heeft nog nooit bemande vluchten uitgevoerd. Japanse astronauten worden door de Amerikanen en in mei door de Russen vervoerd.
De onbemande vrachtvluchten van Japan worden echter steeds belangrijker, omdat de Verenigde Staten zijn spaceshuttles uit de roulatie heeft genomen. Daardoor zijn er minder vrachtvoertuigen beschikbaar.
(HD:nu/novum/nl13286-daniël)
Sterrenstelsel op recordafstand ontdekt
Een internationaal team van sterrenkundigen, onder wie Rychard Bouwens en Marijn Franx van de Universiteit Leiden, heeft een sterrenstelsel ontdekt met een roodverschuiving van 10,3. Dat komt overeen met een recordafstand van 13,2 miljard lichtjaar. Anders gezegd: het licht van het verre sterrenstelsel, dat de aanduiding UDFj-39546284 draagt, werd uitgezonden toen het heelal nog maar 500 miljoen jaar oud was (Nature, 27 januari).
Het verre sterrenstelsel is ontdekt op een alles bij elkaar 87 uur belichte opname van de Hubble-ruimtetelescoop. Tot nog toe is UDFj-39546284 het enige stelsel op de Hubble-foto met een roodverschuiving groter dan 10. Daarnaast zijn wel nog enkele tientallen stelsels op afstanden van iets meer dan 13 miljard lichtjaar (een roodverschuiving van 8) opgespoord.
Volgens de onderzoekers is dat heel opmerkelijk: op grond van eerdere metingen werden minstens tien van die extreem verre sterrenstelsels verwacht. Het lijkt er dus op dat het heelal in de periode tussen 500 en 650 miljoen jaar na de oerknal een zeer sterke evolutie heeft ondergaan.
Sterrenstelsels die zich nog verder weg bevinden dan UDFj-39546284 bevinden zich buiten het bereik van de Hubble-ruimtetelescoop. Voor een nog diepere blik in het heelal is het wachten op de James Webb-ruimtetelescoop, die op zijn vroegst in 2014 wordt gelanceerd.
(HD:allesoversterrenkunde/nova/nl13286-daniël)
Russen halen Nederlandse moleculen uit kosmos.
NOORDWIJK - Twee Russische kosmonauten maakten vrijdag 21-1-2011, een ruimtewandeling buiten het internationale ruimtestation ISS.
De Russen begaven zich in de kosmos, om onder meer een deels Nederlands onderzoek naar binnen te halen.
Astrobiologen in Leiden doen onderzoek naar de effecten die organische moleculen zoals sporen van bacteriën, paddenstoelen en varens ondervinden als ze langdurig worden blootgesteld aan omstandigheden in de ruimte, zoals gewichtloosheid en straling.
Organische moleculen staan aan de basis van het leven.
Ruimtewandeling
Tijdens de ruim vijf uur durende ruimtewandeling vliegen de twee kosmonauten met 28.000 kilometer per uur in totaal vier keer rond de aarde.
Tijdens de zogeheten 'orbital nights', periodes van 20 minuten dat het ISS door de aardschaduw vliegt, rusten ze uit.
Een ruimteveer brengt de moleculen naar verwachting in februari op aarde terug.
(HD:nu.nl/anp/nl13286-daniël)
Mars Express maakt nieuwe closeups van Phobos
De Europese planeetverkenner Mars Express, die al sinds december 2003 in een baan om de rode planeet draait, maakte op 9 januari 2011, opnieuw een scheervlucht langs Phobos, de grootste van de twee kleine maantjes van Mars. De kleinste afstand bedroeg slechts ca. 100 kilometer - vier keer de gemiddelde middellijn van Phobos.
De Europese ruimtevaartorganisatie ESA gaf vandaag een aantal closeups van Phobos vrij, waaronder een stereo-opname (die bekeken moet worden met een rood/groene bril) en een foto waarop de landingsplaats van de toekomstige Russische ruimtesonde Phobos-Grunt is gemarkeerd.
(HD:esa/allesoversterrenkunde.nl)
THEMIS achterhaalt oorsprong van snelle elektronen in magnetische substormen.
De meest energierijke elektronen in zogeheten magnetische substormen hebben hun hoge snelheden te danken aan wisselende magnetische velden op grote afstanden van de eigenlijke substorm. Dat blijkt uit waarnemingen van THEMIS (Time History of Events and Macroscale Interaction during Substorms), een constellatie van vijf NASA-satellieten, die langgerekte banen om de aarde beschrijven en gezamenlijk een driedimensionaal beeld opleveren van de wisselwerking tussen de zonnewind (de stroom van elektrisch geladen deeltjes van de zon) en het magnetisch veld van de aarde.
Magnetische substormen ontstaan aan de nachtzijde van de aarde, op ruim honderdduizend kilometer afstand, waar zonnewinddeeltjes zich kunnen ophopen, nadat ze gevangen zijn geraakt in het magnetisch veld van de planeet. De herkomst van de snelle elektronen in zulke substormen was echter nooit duidelijk. Metingen van drie THEMIS-satellieten, die op 15 februari 2008 door een krachtige substorm vlogen, gecombineerd met waarnemingen van de Europese Cluster-satellieten en met computermodellen, wijzen nu echter uit, dat de deeltjes hun hoge snelheid te danken hebben aan het zogeheten betatron-versnellingsproces. Dat treedt op wanneer de elektrisch geladen deeltjes sterk wisselende magnetische velden passeren.
Een beter begrip van de wisselwerking tussen zon en aarde en van de oorsprong van de meest energierijke deeltjes in substormen is van belang om in de toekomst satellieten (of astronauten) beter te beschermen tegen de mogelijke schadelijke gevolgen van zulke deeltjes.
(HD:allesoversterrenkunde/govertschilling)

